Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 151 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

"Op een Zondag einde Juli 1956 - in die tijd werkte ik in de garage [betrokkene 3] te [plaats] - ontmoette ik getuige [betrokkene 1] , aan wie ik vroeg of hij een geen goede kraak wist. Hij zei mij, dat hij iets beters wist, n.l. iemand vermoorden waarmede veel geld te verdienen was en daarna heeft hij mij geleidelijk verteld, dat hij met verdachte [medeverdachte] [slachtoffer] van kant zou maken en dat zij daar ieder f. 20.000, -- voor zouden krijgen. Ik heb er verschillende keren met hem over gesproken en ik meen, dat hij mij het bedrag van f. 20.000, -- genoemd heeft na afloop van een voorstelling in de Palacebioscoop te Maastricht . Ik heb [betrokkene 1] gezegd, dat ik wel mee wilde doen, maar dat [medeverdachte] er buiten moest blijven, want die vertrouwde ik niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 59356 tot 60149.