Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 164 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
Nadat ik met een van de van [medeverdachte] ontvangen sleutels de voordeur van het huis van [slachtoffer] had geopend, wees [betrokkene 1] mij de slaapkamer van [slachtoffer] aan; ik bonsde enige malen met mijn schouder tegen die deur, die daarna werd geopend. [slachtoffer] ging in de deuropening staan, waarna ik hem met de thans als stuk van overtuiging hier aanwezige gummistok sloeg. [slachtoffer] greep mij vast en terwijl ik even met hem worstelde loste [betrokkene 1] vijf schoten; ik werd door een kogel in mijn rechteronderarm getroffen. [slachtoffer] ging de slaapkamer binnen en ik vluchtte met [betrokkene 1] weg.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 64087 tot 64727.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256