Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 191 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

"dat [betrokkene 1] en [betrokkene 2] op of omstreeks 25 Augustus 1956 te [plaats] tezamen en in vereniging, althans verdachte [betrokkene 1] alleen, ter uitvoering van hun (zijn) na kalm beraad en rustig overleg tevoren genomen besluit en beraamd plan om opzettelijk [slachtoffer] , echtgenoot van verdachte [requirante] , van het leven te beroven, de aldaar aan de [b-straat 1] gelegen woning van die [slachtoffer] zijn (is) binnengegaan, alwaar genoemde [betrokkene 2] opzettelijk genoemde [slachtoffer] een of meermalen met kracht met een gummistok, althans met een hard voorwerp op het hoofd heeft geslagen en genoemde [betrokkene 1] vervolgens opzettelijk uit een met meerdere scherpe patronen geladen revolver van dichtbij vijf althans een of meer kogels op genoemde [slachtoffer] heeft afgevuurd en hem daarbij met vier, althans een of meer kogels op verschillende plaatsen in diens lichaam heeft getroffen, tengevolge waarvan genoemde [slachtoffer] zodanige inwendige verwondingen heeft bekomen, dat hij ongeveer 7 uren daarna, althans enige uren daarna is overleden, welk feit zij, verdachten, tezamen en in vereniging althans ieder afzonderlijk in of omstreeks de maand Augustus 1956, althans in of omstreeks de zomer van 1956 te [plaats] en/of elders in het arrondissement [plaats] door beloften of een belofte en/of door het verschaffen van gelegenheid, middelen en/of inlichtingen opzettelijk hebben (heeft) uitgelokt, hetwelk hierin bestond dat zij, verdachten, of een hunner opzettelijk aan genoemde [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] een geldsbedrag van f. 20.000, -- althans enig geldsbedrag hebben (heeft) beloofd of toegezegd voor het geval zij of een hunner genoemde [slachtoffer] van het leven zou(den) beroven, alsmede dat zij, verdachten, of een hunner opzettelijk een door hen of een hunner met dat doel - namelijk om genoemde [slachtoffer] daarmede te doden - gekochte revolver met patronen aan genoemde [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] ter hand hebben (heeft) gesteld en voor wat verdachte [medeverdachte] betreft, dat hij opzettelijk de huissleutel van voormelde woning van [slachtoffer] aan genoemde [betrokkene 2] heeft gegeven althans genoemde [betrokkene 2] opzettelijk gelegenheid heeft gegeven die huissleutel tot zich te nemen door hem opzettelijk een cigarettendoosje, waarin zich die sleutel bevond, voor te houden, zodat genoemde [betrokkene 2] die sleutel kon pakken en zulks ook gedaan heeft;"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 71247 tot 73697.