Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 197 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
dat degene die opzettelijk door het beloven van geld aan twee personen, voor het geval een bepaald strafbaar feit zal worden gepleegd door hen gezamenlijk of door een van hen, deze personen ertoe beweegt dit strafbaar feit te zamen en in vereniging te plegen, door beloften dat feit opzettelijk heeft uitgelokt, zodat - in tegenstelling met hetgeen in de toelichting op het middel onder 1 is gesteld - de bewezenverklaring in dit opzicht niet als tegenstrijdig kan worden aangemerkt;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 75372 tot 75868.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256