Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 198 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

dat voorts de bewezenverklaarde omstandigheid, dat de revolver met patronen door één der verdachten ter hand is gesteld, zonder dat blijkt dat de ander aan dit ter hand stellen enig aandeel heeft gehad, niet behoeft uit te sluiten, dat tussen de beide verdachten ten aanzien van het doen van beloften en het ter hand stellen van een revolver met patronen een zodanige bewuste samenwerking heeft bestaan, dat, zoals is bewezenverklaard, de verdachten tezamen en in vereniging door beloften en door het verschaffen van middelen het in de bewezenverklaring bedoelde misdrijf hebben uitgelokt, zodat ook uit hetgeen in de toelichting op het middel onder 2 is opgemerkt, geen innerlijke tegenstrijdigheid in de bewezenverklaring valt af te leiden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 75874 tot 76631.