Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 209 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
dat het Hof uit de daarin bedoelde verklaringen van [requirante] , [betrokkene 1] en [getuige 3] alsmede de verklaring van [betrokkene 2] , dat hij op zijn vraag of [betrokkene 1] en hij, wanneer de moord op haar man doorging, ieder f. 20.000, -- zouden krijgen, van requirante een bevestigend antwoord heeft ontvangen, heeft kunnen afleiden, dat de toezegging gold voor het geval de moord zou worden gepleegd, onverschillig of de uitvoering daarvan door beiden gezamenlijk dan wel door één hunner zou geschieden;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 78621 tot 79149.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256