Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 213 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

dat in de gebezigde bewijsmiddelen onder meer zijn vervat de navolgende door het Hof als vaststaande aangenomen feiten en omstandigheden: dat requirante herhaaldelijk met [medeverdachte] heeft gesproken over het van kant maken van haar man; dat requirante op een gegeven dag met [medeverdachte] naar Luik is gegaan om een revolver te kopen, hetgeen niet gelukt is; dat requirante den volgenden dag met [medeverdachte] naar Luik is teruggegaan en toen aldaar een revolver met zeven scherpe patronen heeft gekocht, welke naar requirantes verklaring moest dienen om haar man van kant te maken; dat requirante den revolver met de patronen aan [medeverdachte] heeft gegeven; dat [medeverdachte] dienzelfden dag den revolver met de patronen aan [betrokkene 1] heeft ter hand gesteld;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 79686 tot 80476.