Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 229 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
dat mitsdien het Hof zowel de verklaringen van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] , dat zij na de toezegging van geld door requirante besloten waren samen met den ander [slachtoffer] te vermoorden, als de processen-verbaal, relaterende de door [betrokkene 1] van [betrokkene 2] voor den Rechter-Commissaris afgelegde verklaringen, heeft kunnen bezigen voor het bewijs dat de verdachten het nader omschreven misdrijf hebben uitgelokt;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 84971 tot 85416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256