Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 232 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
dat uit het ten aanzien van de onderdelen 1 en 7 van het zesde middel overwogene volgt, dat ook dit middel, er blijkens de toelichting van uitgaande, dat het Hof als bewezen heeft aangenomen, dat de daders van den moord bewogen zijn door de gezamenlijke toezegging van het geld door requirante en [medeverdachte] , feitelijken grondslag mist;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 86079 tot 86434.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256