Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 243 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

en wat verdachte [medeverdachte] betreft, dat de intelligentie- stoornis bij hem overwegend is, met daarnaast een bepaalde aanleg, waardoor sterke egoistische tendenzen naar voren zijn getreden en dat hij ten tijde van het begaan van de telastegelegde feiten als belangrijk verminderd toerekeningsvatbaar is te achten, welk oordeel het Hof, mede gelet op de indruk, welke verdachten bij de behandeling van hun zaak te Zijner terechtzitting hebben gemaakt, tot het Zijne maakt;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 90365 tot 90892.