Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 27 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

1. Deze grief berust in wezen op dezelfde gronden, als vermeld sub. A. De tenlastelegging houdt in: dat verdachten tesamen, althans ieder afzonderlijk tot moord hebben uitgelokt, doordat zij tesamen, althans één hunner gelden hebben (heeft) toegezegd, respectievelijk een revolver ter hand gesteld. Het gezamelijk geld toezeggen en de revolver ter hand stellen kan zeker logisch opleveren: het tesamen uitlokken. Doch het toezeggen van geld en het ter hand stellen van het revolver door één hunner kan logisch noch het gezamelijk uitlokken noch het uitlokken door ieder afzonderlijk opleveren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 11830 tot 12668.