Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958
Alinea 28 Hoge Raad 13 mei 1958
Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.
Dat het plegen van deze uitlokkingsdaden door één van de verdachten logisch niet kan opleveren het uitlokken door ieder van hen afzonderlijk, spreekt wel vanzelf. Doch ook het stellen van deze gedragingen door één hunner kan evenmin opleveren: het gezamelijk uitlokken. Wel kan het gedrag van één der mede-uitlokkers redengevend zijn voor het gezamelijk uitlokken, indien de feitelijke omschrijving het aandeel van ieder der mede-uitlokkers, voortkomend uit een gezamelijk plan, weergeeft. Immers dan is er een "gezamelijk" uitvoering van een plan. Daarbij is het wellicht denkbaar, dat de tenlastelegging niet precies aangeeft, wat de een doet, en wat de ander doet. (Bij een tenlastelegging als de onderhavige, waarin totaal andersoortige uitlokkingsgedragingen worden tenlastgelegd, is dit laatste nauwelijks denkbaar).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 12689 tot 13682.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77 | shasum -a 256