Citaat | Hoge Raad 13 mei 1958

Alinea 75 Hoge Raad 13 mei 1958

Een alinea uit Hoge Raad 13 mei 1958, ECLI:NL:HR:1958:72.

3) Het Hof gebruikt als bewijsmiddel een verklaring [betrokkene 1] , zoals die, naar het Hof zegt, op de zitting van het Hof zou zijn afgelegd. Deze verklaring houdt o.a. in, dat [betrokkene 1] op de trap al de revolver in de rechterhand nam. Zulk een verklaring [betrokkene 1] is echter niet te vinden in het proces-verbaal van de zitting van het Hof. Dit is een punt, hetwelk het Hof zozeer van belang acht, dat het met deze verklaring later in het arrest het verweer weerlegt, dat de daders van de moord ten tijde van hun daad het plan om te doden zouden hebben laten varen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e18ecf7390ee225f0c040672cc426f739e3fbd98744d984f3a69c8d30854cb77, en de alinea staat in dat document op bytes 31203 tot 31793.