Citaat | Hoge Raad 4 november 1959
Alinea 11 Hoge Raad 4 november 1959
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 1959, ECLI:NL:HR:1959:174.
O. dat uit het bestreden arrest blijkt: dat op 16 Jan. 1956 aan eiser tot cassatie - verder ook [X] te noemen - een dwangbevel is betekend, dat tegen hem was uitgevaardigd door verweerder in cassatie - verder ook wel de Ontvanger te noemen; dat dit dwangbevel van 13 Jan. 1956 ten doel had de invordering van een som van f 14.418,88, zijnde het nog openstaande bedrag van den aan wijlen [A] op 30 Juni 1948 opgelegden voorlopigen aanslag in de vermogensaanwasbelasting groot f 32.319; dat voor dezen aanslag [X] ingevolge art. 51 der Wet op de vermogensaanwasbelasting als bij schenking bevoordeelde aansprakelijk werd gesteld en de omvang dezer aansprakelijkheid bij beschikking van den Inspecteur der Belastingen van 9 Jan. 1956 ingevolge art. 54 der wet werd vastgesteld op f 23.575;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9, en de alinea staat in dat document op bytes 4623 tot 5423.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9 | shasum -a 256