Citaat | Hoge Raad 4 november 1959
Alinea 32 Hoge Raad 4 november 1959
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 1959, ECLI:NL:HR:1959:174.
10) dat niet betwist is, dat de betalingen gedaan zijn uit gelden welke op grond van polissen aan de weduwe toekwamen en dat dan - waar tussen partijen vaststaat, dat de nalatenschap van [A] onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard -- aangenomen moet worden, dat de weduwe de betalingen heeft gedaan niet als erfgename doch als gewezen echtgenote en dus als hoofdelijke mede-schuldenares van den voorlopigen aanslag;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9, en de alinea staat in dat document op bytes 15305 tot 15744.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9 | shasum -a 256