Citaat | Hoge Raad 4 november 1959

Alinea 33 Hoge Raad 4 november 1959

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 1959, ECLI:NL:HR:1959:174.

11) dat de boven vermelde op 16 Jan. 1950 betekende vordering van den Ontvanger, de betalingsopdrachten van de weduwe en de betalingen de verjaring van den voorlopigen aanslag dus telkens binnen drie jaren hebben gestuit en dat hetzelfde het geval is met de betekening op 3 Juni 1954 aan de weduwe van een tot haar gericht dwangbevel van den Ontvanger betreffende een restant bedrag van f 14.418,88 van den aanslag;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9, en de alinea staat in dat document op bytes 15750 tot 16178.