Citaat | Hoge Raad 4 november 1959

Alinea 41 Hoge Raad 4 november 1959

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 1959, ECLI:NL:HR:1959:174.

doordien het Hof in dit geding, waarin de thans-eiser [X] verzet heeft gedaan tegen de tenuitvoerlegging van een door den Ontvanger (thans-verweerder) uitgevaardigd dwangbevel tot invordering van de som van f 14.418,88, zijnde het nog openstaande bedrag van een aan wijlen [A] opgelegden aanslag in de vermogensaanwasbelasting, voor welken aanslag [X] als bij schenking bevoordeelde, als bedoeld in art. 51, eerste lid van de Wet op de Vermogensaanwasbelasting aansprakelijk werd gesteld, het vonnis der Rechtbank, waarbij [X] op het door hem gedaan verzet goed opposant was verklaard en voormeld dwangbevel buiten werking was gesteld, heeft vernietigd en opnieuw rechtdoende [X] heeft verklaard kwaad opposant tegen het door hem bestreden dwangbevel, zulks met verdere beslissing en op de gronden, welke in 's Hofs arrest zijn vermeld, waarbij het Hof o. m. heeft overwogen, gelijk hiervoor onder 2 tot en met 3d is vermeld, waarna het Hof verder buiten beschouwing heeft gelaten hetgeen door [X] was gesteld ten betoge, dat de door hem verschuldigde belasting zelfstandig was verjaard, onafhankelijk van het lot der verplichting van wijlen [A] resp. diens erfgenamen en weduwe, doch uitsluitend beslissend heeft geacht, dat laatstgenoemde verplichting naar 's Hofs oordeel niet was verjaard toen de Ontvanger een dwangbevel aan [X] deed toekomen;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9, en de alinea staat in dat document op bytes 18509 tot 19870.