Citaat | Hoge Raad 4 november 1959
Alinea 48 Hoge Raad 4 november 1959
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 1959, ECLI:NL:HR:1959:174.
dat het Hof in overeenstemming met deze betekenis van art. 51, lid 1, der Wet op de Vermogensaanwasbelasting naar aanleiding van het op art. 11 der Wet van 22 mei 1845, Stb. no. 22, op de invordering van 's Rijks belastingen gegronde beroep op verjaring waarmede eiser in cassatie de tegen hem als begiftigde genomen maatregelen tot invordering der belastingschuld van den schenker, voorzover hij daarvoor aansprakelijk was, trachtte af te weren, heeft volstaan met te onderzoeken of die schuld ingevolge genoemd art. 11 was verjaard, en na te hebben vastgesteld dat dit niet het geval was, des eisers verzet tegen het door den Ontvanger tegen hem uitgevaardigde dwangbevel terecht ongegrond heeft geoordeeld;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9, en de alinea staat in dat document op bytes 22939 tot 23661.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca2ea2fbc865fbce4c9894e0cfb7d529e02a09982d5f2bbf4832d46cb1e04de9 | shasum -a 256