Citaat | Hoge Raad 4 januari 1963
Alinea 78 Hoge Raad 4 januari 1963
Een alinea uit Hoge Raad 4 januari 1963, ECLI:NL:HR:1963:48.
dat toch de vrijheid van de administratie, welke uit de artikelen 7 en 32 der Woonruimtewet in onderling verband valt af te leiden, om te beoordelen of in een bepaald geval, gelet op de rechtspositie van partijen en alle overige in aanmerking te nemen belangen, de voorwaarden aanwezig zijn voor het gebruikmaken van de in de Woonruimtewet gegeven vorderingsbevoegdheid niet zover gaat, dat de administratie die zichzelf met betrekking tot de uitoefening van haar vorderingsbeleid zekere grenzen heeft gesteld — bij voorbeeld door, gelijk te dezen, bij overeenkomst door haar in de vervulling van haar taak om een doelmatige verdeling van de woongelegenheid in de Gemeente te bevorderen gesloten met een aldaar gevestigd groot bedrijf, haar gedragslijn ten opzichte van de beschikking over de met behulp van deze overeenkomst verkregen meerdere woonruimte vast te leggen — van de aldus zichzelf gestelde richtlijn naar willekeur mag afwijken, dat wil zeggen zonder dat er aanwezig zijn onvoorziene omstandigheden als bovenbedoeld die haar tot deze afwijking in redelijkheid noodzaken;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40de81f0970992a18c959c7021789c2d2be9a43244a1c4b355ba4c28685b88c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40de81f0970992a18c959c7021789c2d2be9a43244a1c4b355ba4c28685b88c7, en de alinea staat in dat document op bytes 42147 tot 43249.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40de81f0970992a18c959c7021789c2d2be9a43244a1c4b355ba4c28685b88c7 | shasum -a 256