Citaat | Hoge Raad 29 mei 1964

Alinea 16 Hoge Raad 29 mei 1964

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 1964, ECLI:NL:HR:1964:AC4462.

dat de Rechtbank vervolgens heeft betwist, dat op [verweerster] de bewijslast rustte dat zij niet ƒ 8.000,-- maar ƒ 7.000,-- van [eiser] ter leen had ontvangen, en haar tot het bewijs daarvan heeft toegelaten;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5, en de alinea staat in dat document op bytes 9653 tot 9878.