Citaat | Hoge Raad 29 mei 1964
Alinea 39 Hoge Raad 29 mei 1964
Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 1964, ECLI:NL:HR:1964:AC4462.
‘’dat uit de verklaring van den getuige [getuige 2] nog blijkt, dat [verweerster] op den dag, waarop de litigieuze akte is gepasseerd, geheel onverwachts door [eiser] naar den notaris is medegenomen zonder dat zij wist, welke overeenkomsten zij daar zou aangaan, hetgeen te meer bevestigt, dat zij onder invloed van [eiser] handelde;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5, en de alinea staat in dat document op bytes 21753 tot 22104.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5 | shasum -a 256