Citaat | Hoge Raad 29 mei 1964

Alinea 51 Hoge Raad 29 mei 1964

Een alinea uit Hoge Raad 29 mei 1964, ECLI:NL:HR:1964:AC4462.

(2) terwijl althans de omstandigheid, dat [eiser] [verweerster] bewoog om hem een onverplicht voordeel in de vorm van een nog lange jaren geldend optierecht voor een vaste prijs, waarvan [eiser] verwachtte, dat het spoedig realiseerbaar zou worden, te verlenen, zulks geheel in strijd met hetgeen [verweerster] zelf nastreefde en/of bedoelde te bereiken en meende door de overeenkomst bereikt te hebben, te weten het behoud van het huis voor zichzelf, niet inhoudt of meebrengt en kan inhouden of meebrengen, althans niet op zichzelf, dat aan de eisen bedoeld onder (1) voldaan is, daar een en ander geen benadeling als bovenbedoeld voor [verweerster] behoeft te zijn en in casu niet is en/of ook niet tot gevolg heeft dat een redelijk denkend mens daartoe niet had kunnen komen, zijnde 's Hofs beslissing althans in strijd met het recht, — althans onbegrijpelijk en dus 's Hofs arresten niet naar de eis der wet met redenen omkleed — omdat het optierecht slechts gold of in werking trad ingeval [verweerster] het huis toch niet voor zichzelf behield of zou behouden namelijk bij voorgenomen vervreemding, waaronder mede begrepen aangekondigde publieke verkoping ingevolge gelegd beslag of krachtens artikel 1223 van het Burgerlijk Wetboek door een ander dan [eiser] ,

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0d5a1f46c3b94ce06774c1b4780cd35ca22b8ca815c2d8d2239b3778c74551a5, en de alinea staat in dat document op bytes 26703 tot 27989.