Citaat | Hoge Raad 18 juni 1965

Alinea 36 Hoge Raad 18 juni 1965

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 1965, ECLI:NL:HR:1965:AC4581.

dat de Rechtbank dan ook op grond van het vorenstaande tot de slotsom komt dat [eiser] bij de bedrijfsuitoefening zoals hij zich die voorstelt, waarbij de niet voor direct gebruik vereiste vaartuigen van zijn uit 12 punters en roeiboten bestaande vloot zoveel mogelijk in de tegenover zijn terrein gelegen zijsloot van de [a-gracht] zullen worden gelegd, niet van het openbaar vaarwater de [a-gracht] een gebruik maakt dat verder gaat dan het gewone verkeer met inbegrip van hetgeen daarmede in zodanig verband staat dat het geacht mag worden daarvan deel uit te maken;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b, en de alinea staat in dat document op bytes 14758 tot 15341.