Citaat | Hoge Raad 18 juni 1965
Alinea 42 Hoge Raad 18 juni 1965
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 1965, ECLI:NL:HR:1965:AC4581.
10. ‘’ dat volgens de Rechtbank op grond van haar eigen waarneming en van de verklaringen der getuigen [getuige 1] , [getuige 2] , [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] is komen vast te staan dat in [woonplaats] de eigenaren of gebruikers van een onroerend goed, hetwelk grenst aan een hem niet toebehorend openbaar vaarwater, over de gehele lengte van hun oever vaartuigen, dienende tot exploitatie van een botenverhuurinrichting en van een rondvaartbedrijf, meren en laten stilliggen in dat vaarwater, waaruit de Rechtbank concludeert, dat dit in [woonplaats] gebruikelijk is en dat dit aldaar dan in beginsel behoort tot het gewone verkeer in het openbaar vaarwater evenals het varen alsmede dat volgens het ter plaatse bestaande gebruik dit aanleggen en doen stilliggen met het varen in zodanig verband staat, dat het geacht moet worden daarvan een deel uit te maken;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b, en de alinea staat in dat document op bytes 16656 tot 17562.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b | shasum -a 256