Citaat | Hoge Raad 18 juni 1965

Alinea 47 Hoge Raad 18 juni 1965

Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 1965, ECLI:NL:HR:1965:AC4581.

15. ‘’ dat de getuige [getuige 5] nog wel heeft verklaard een dergelijke gebruikmaking van zijn gracht toe te staan en de getuige [getuige 6] heeft gezegd dat in de [e-gracht] in een zomer boten gelegen hebben van zeeverkenners, die bij hem kampeerden, doch de getuige [getuige 5] ten deze alleen staat en het geval, waarvan getuige [getuige 6] gewaagde — daargelaten dat dit niet identiek is met het onderhavige — blijkbaar een incidenteel geval betrof, waarover hij Smit volgens zijn verklaring niet heeft gesproken, zodat het nog de vraag is of de eigenaar der gracht daarmede bekend was, terwijl deze laatste getuige volgens zijn zeggen slechts één boot in die gracht placht te hebben liggen;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b, en de alinea staat in dat document op bytes 19422 tot 20142.