Citaat | Hoge Raad 18 juni 1965
Alinea 58 Hoge Raad 18 juni 1965
Een alinea uit Hoge Raad 18 juni 1965, ECLI:NL:HR:1965:AC4581.
‘’dat dan ook deze laatste verklaringen niet kunnen bijdragen tot het bewijs van het te bewijzen gebruik zoals evenmin het geval is met de verklaringen der verdere gehoorde getuigen, terwijl zonder zodanig gebruik de wijze, waarop [eiser] de [a-gracht] voor zijn bedrijf wenst te benutten, niet als gewoon vaarwater is aan te merken’’, door het uitvallen van één of meer woorden onverstaanbaar is geworden, althans onvoldoende duidelijk om het arrest in cassatie te kunnen toetsen, onder meer, omdat, indien het Hof zou hebben bedoeld te stellen, dat de wijze, waarop [eiser] de [a-gracht] blijkens de daaromtrent in het arrest vastgestelde feiten voor zijn bedrijf wenst te gebruiken, geheel in het algemeen ten aanzien van openbare vaarwateren niet als gewoon gebruik daarvan zou kunnen worden aangemerkt, deze gedachtengang geen steun vindt in het Nederlandse recht, latende immers de bestemming van menig openbaar vaarwater ook het daarin laten liggen van boten door de aangelanden voor verhuur en rondvaart toe, ook al zou van een desbetreffend bijzonder gebruik ter plaatse niet blijken.’’;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b, en de alinea staat in dat document op bytes 24257 tot 25381.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8a2e9fe01dea224d12d3a18e121dfadecd04e243e7376cab96da5390b111501b | shasum -a 256