Citaat | Hoge Raad 18 november 1966

Alinea 32 Hoge Raad 18 november 1966

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB5225.

c) althans het Hof bij zijn voormelde beslissing niet buiten beschouwing, althans niet in het midden had mogen laten de in rechtsoverweging 3 sub (c) vermelde omstandigheid, dat het aan de vrouw uitgereikte afschrift van het verstekvonnis haar in essentie (hoofdinhoud) aanstonds duidelijk kon zijn, zulks mede gelet op de in rechtsoverweging 3 sub (a), (b) en (d) vermelde overige omstandigheden, aangezien bij het zich voordoen van de in rechtsoverweging 3 sub (c) vermelde omstandigheid het in ontvangst nemen van een afschrift van het vonnis en het tekenen voor ontvangst daarvan een daad oplevert, waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het betrokken vonnis op die dag aan de vrouw bekend was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/765cee5facd9ce546890d714ef090fe8c1568fe89c2545bebb03dac408d596d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 765cee5facd9ce546890d714ef090fe8c1568fe89c2545bebb03dac408d596d8, en de alinea staat in dat document op bytes 13726 tot 14435.