Citaat | Hoge Raad 18 november 1966

Alinea 35 Hoge Raad 18 november 1966

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB5225.

‘’4. De man voert nog aan dat de Duitse raadsman van de vrouw de bij conclusie van dupliek overgelegde brief heeft geschreven, waarin een daad in de zin van artikel 81 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zou zijn te zien. Aangezien deze brief echter niet door de vrouw is geschreven, kan de brief niet worden beschouwd, als een door de vrouw gepleegde daad als in even gemelde bepaling bedoeld.’’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/765cee5facd9ce546890d714ef090fe8c1568fe89c2545bebb03dac408d596d8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 765cee5facd9ce546890d714ef090fe8c1568fe89c2545bebb03dac408d596d8, en de alinea staat in dat document op bytes 14723 tot 15152.