Citaat | Hoge Raad 21 januari 1966

Alinea 24 Hoge Raad 21 januari 1966

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4621.

dat hij begin augustus 1962 op verzoek van [betrokkene 1] deze heeft vergezeld naar [woonplaats] ; dat ook getuige [getuige] meeging; dat [betrokkene 1] met het oog op zijn bedrijf een kraan, die te koop was, wilde bezichtigen; dat bedoelde kraan in een loods te [woonplaats] stond; dat zij te woord gestaan werden door een heer, die zich schoonzoon noemde van [eiser] ; dat [betrokkene 1] zeide, dat hij een mobiele kraan nodig had voor zijn bedrijf; dat die kraan moest kunnen worden vervoerd over de weg naar verschillende plaatsen waar schepen moesten worden gelost, onder andere Leeuwarden, Drachten en Bergumerdam; dat de schoonzoon antwoordde, dat soortgelijke kranen onder eigen kentekenbewijs konden worden vervoerd; dat zo'n kraan onder andere gebruikt werd in het bedrijf van zekere [A] ; dat hij, [betrokkene 2] , zich als auto-expert voornamelijk heeft beziggehouden met de bezichtiging en de controle van de truck, waarop die kraan gebouwd was; dat hij geen verstand heeft van maten en gewichten, waaraan zo'n groot gevaarte moet voldoen om te mogen worden vervoerd onder eigen kenteken;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 12383 tot 13498.