Citaat | Hoge Raad 21 januari 1966

Alinea 33 Hoge Raad 21 januari 1966

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4621.

‘’dat [eiser] , wat dit aangaat, heeft verklaard te zijn koopman in kranen en draglines; dat [eiser] geen reden genoemd heeft, waarom [verweerster] zou hebben moeten twijfelen aan de waarheid van de namens [eiser] gedane mededeling, dat voor dergelijke kranen als de in dit geding bedoelde reeds kentekenbewijzen waren afgegeven, onder andere aan [A] te Dordrecht en [B] te Breda, die een dergelijke kraan in hun bedrijf gebruikten; dat [eiser] weliswaar volgens zijn verklaring aan [verweerster] zou hebben gezegd, dat de kraan werd verkocht, zoals deze er stond; dat [eiser] evenwel door zodanige mededeling een beroep op dwaling aan de zijde van [verweerster] met betrekking tot een uit te reiken kentekenbewijs niet zou hebben uitgesloten;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 16403 tot 17164.