Citaat | Hoge Raad 21 januari 1966
Alinea 85 Hoge Raad 21 januari 1966
Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4621.
dat het middel, indien het met de stelling, dat door het Hof is vastgesteld dat [eiser] er niet jegens [verweerster] voor instond, dat een kentekenbewijs kon worden afgegeven, mocht bedoelen dat het Hof zou hebben vastgesteld dat een beding zou zijn gemaakt dat [eiser] er niet voor instond, feitelijke grondslag mist; dat het Hof immers niet heeft vastgesteld, dat enig beding hieromtrent zou zijn gemaakt doch slechts heeft vastgesteld, dat uit het door [verweerster] gestelde niet volgt dat [eiser] er jegens [verweerster] voor instond dat een kentekenbewijs zou worden afgegeven; dat het ontbreken van een beding dat [eiser] voor de verkrijging van een kentekenbewijs instond, aan een beroep op dwaling in het geval dat een kentekenbewijs niet wordt verkregen niet in de weg staat;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc, en de alinea staat in dat document op bytes 29074 tot 29873.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/67f385263c7cf4b2a07b25723d1d8be06d04fbde13330fbba30c74b8c512e2dc | shasum -a 256