Citaat | Hoge Raad 25 maart 1966

Alinea 116 Hoge Raad 25 maart 1966

Een alinea uit Hoge Raad 25 maart 1966, ECLI:NL:HR:1966:AC4642.

dat het Hof het verweer, dat geen bijzondere feiten en omstandigheden zijn gesteld uit hoofde waarvan levering van ondeugdelijk materiaal aan de aannemer als onrechtmatige daad jegens de Gemeente zou kunnen gelden, heeft verworpen op grond dat voorschreven stellingen voldoende grondslag bieden om de vordering te schragen, en hierbij mede in aanmerking heeft genomen dat HIM volgens haar propagandamateriaal in zekere mate verantwoordelijkheid voor de deugdelijkheid van haar moffenkit als middel ter afdichting van rioolbuisverbindingen had aanvaard, dat voorts HIM als gevolg van haar aanprijzing moest verwachten, dat niet alleen de aannemers maar ook hun opdrachtgevers daardoor zouden kunnen worden verlokt om haar moffenkit in uit te voeren werken toe te passen of te doen toepassen en HIM er zich daarom van bewust moest zijn dat zij door levering van ondeugdelijk materiaal ook aan die opdrachtgevers ernstig nadeel kon berokkenen, alsmede dat HIM als leverancier van bedoeld afdichtingsmiddel moest weten dat rioleringswerken in Nederland, zoal niet steeds dan toch vaak, onder de grondwaterstand liggen en het hier, naar aan HIM uiteraard bekend was, betrof een levering van moffenkit in een laag gelegen streek; dat het Hof heeft geoordeeld, dat de Gemeente onder de aldus gegeven omstandigheden niet nader behoefde aan te geven aan welk bijzonder handelen of nalaten van HIM de ondeugdelijke levering te wijten is geweest;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8c9ceee54934e70e6e64ac5bc3976c634021233ea6a03fb83249dc812a855d6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8c9ceee54934e70e6e64ac5bc3976c634021233ea6a03fb83249dc812a855d6, en de alinea staat in dat document op bytes 41449 tot 42898.