Citaat | Hoge Raad 17 november 1967

Alinea 112 Hoge Raad 17 november 1967

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789.

omdat [eiser] indien hij een onrechtmatige daad jegens [verweerder] zou hebben gepleegd, — des neen, — de gevolgen van die daad slechts (gedwongen) zou kunnen opheffen door het litigieus onroerend goed (terug) te brengen in de nalatenschap van [betrokkene 2] , waarna [verweerder] zijn beweerdelijke rechten geldend zou kunnen maken tegenover de gezamenlijke erfgenamen van [betrokkene 2] , zodat de onderwerpelijke vordering van [verweerder] , evenals diens vordering in de hoofdzaak, niet toewijsbaar is;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 41544 tot 42068.