Citaat | Hoge Raad 17 november 1967

Alinea 67 Hoge Raad 17 november 1967

Een alinea uit Hoge Raad 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789.

13. dat aan [eiser] toegegeven kan worden dat niet gebleken is dat hij de hem door [betrokkene 2] gedane schenking heeft uitgelokt of (anders dan door haar te aanvaarden) heeft bevorderd, doch naar 's Hofs voorlopig oordeel wel gebleken is dat [eiser] van bedoelde schenking gebruik heeft gemaakt, zulks ofschoon hij, gelijk hierboven werd overwogen, toen hij die schenking aanvaardde, met het bestaan van de litigieuze optie bekend was, en dus wist dat [betrokkene 2] , als rechtverkrijgende van [betrokkene 1] , door bedoelde schenking tot stand te brengen jegens [verweerder] wanprestatie pleegde;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 20216 tot 20830.