Citaat | Hoge Raad 17 november 1967
Alinea 87 Hoge Raad 17 november 1967
Een alinea uit Hoge Raad 17 november 1967, ECLI:NL:HR:1967:AC4789.
31. dat toch hetgeen hiervoor is overwogen aangaande de aanvaarding door [eiser] van de litigieuze schenking, ofschoon hij van het bestaan van de aan [verweerder] verleende optie op de hoogte was, en zulks onder de hiervoor gerelateerde omstandigheden, alleszins de vrees wettigt dat [eiser] , door het litigieus onroerend goed, of het daarop gebouwde huis, te vervreemden of te bezwaren hangende het hoofdgeding een te zijner tijd in dat geding tegen hem uit te spreken veroordeling zal weten te frustreren;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0, en de alinea staat in dat document op bytes 28240 tot 28762.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/94c83916f3a092de74b93b0c0117289ded5dcada518e5188b5897ad9a9c4f9c0 | shasum -a 256