Citaat | Hoge Raad 27 december 1967

Alinea 55 Hoge Raad 27 december 1967

Een alinea uit Hoge Raad 27 december 1967, ECLI:NL:HR:1967:AX6049.

Naar de mening van de ondergetekende vloeit de onderhavige uitspraak hieruit voort dat de Administratie van oordeel is dat zij ten onrechte deze geanticipeerde heffing van inkomstenbelasting heeft gemist voor de aanwas van de reserves van [B] N.V. tijdens de bezitsperiode van de schenker. In deze richting wijzen ook de opmerkingen van de bewindslieden van Financiën ter gelegenheid van de parlementaire behandeling van het ontwerp van wet tot invoeging van artikel 21a in het Besluit op de Inkomstenbelasting 1941 (Bijlage Handelingen Eerste Kamer 1959-1960, nummer 5702, bladzijde 3, linkerkolom) alsmede de brief van de Minister van Financiën de dato 18 juli 1959, nummer B. 6122, B.N.B. 1959/289. Dit betekent echter dat de Administratie door de richtige heffingsbepalingen toe te passen op de belanghebbende op te leggen aanslag deze bepalingen heeft misbruikt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5, en de alinea staat in dat document op bytes 25924 tot 26807.