Citaat | Hoge Raad 27 december 1967

Alinea 70 Hoge Raad 27 december 1967

Een alinea uit Hoge Raad 27 december 1967, ECLI:NL:HR:1967:AX6049.

In de eerste plaats blijft hier in het duister, waarop deze mening is gebaseerd. Zij kan bezwaarlijk berusten op de in de toelichting op bladzijde 4 van het beroepschrift vermelde opmerkingen der bewindslieden en brief van de Minister van Financiën, aangezien deze dateren van vóór de bewuste schenking. Daargelaten dat het hier geponeerde oogmerk, indien aanwezig, naar mijn mening niet zou medebrengen dat de bevoegdheid tot het doen der uitspraak in casu kennelijk zou zijn gebruikt tot een ander doel dan waartoe zij is gegeven, moet de aanwezigheid van bedoeld oogmerk worden ontkend, alleen reeds omdat de gekozen constructie meebrengt dat zonder de gewraakte toepassing van artikel 31 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, winst, door de N.V. [B] behaald na het tijdstip van de schenking dus nadat de aanwas van de reserves van de N.V. [B] tijdens de bezitsperiode van de schenker was geëindigd, aan de begiftigden in de vorm van schuldaflossing belastingvrij ten goede zou kunnen komen. In dit verband verdient het de aandacht dat de uitgekeerde dividenden, welke zijn aangewend voor schuldaflossing, ruimschoots uit de na 1960 behaalde winsten kunnen worden bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5, en de alinea staat in dat document op bytes 37593 tot 38795.