Citaat | Hoge Raad 27 december 1967

Alinea 81 Hoge Raad 27 december 1967

Een alinea uit Hoge Raad 27 december 1967, ECLI:NL:HR:1967:AX6049.

In beginsel wordt dus voor de totaliteit van aandeelhouders uiteindelijk als inkomen beschouwd het totaal der door de naamloze vennootschap vanaf de oprichting tot aan de liquidatie behaalde winst. Elke door winstreservering gevormde waarde-aanwas van een aandeel gaat volgens dit beginsel te eniger tijd over in inkomen voor de aandeelhouder. De vraag op welk tijdstip dit inkomen ontstaat, wordt opgelost met behulp van het criterium, dat tot de inkomenssfeer wordt gerekend die waarde-aanwas, welke zichtbaar wordt gemaakt door een handeling tussen de betrokken naamloze vennootschap en de aandeelhouder. Geschiedt zulk een handeling tussen de aandeelhouder en derden, dan wordt de daardoor zichtbaar gemaakte aanwas geacht binnen de vermogenssfeer te liggen (Memorie van Toelichting bij ontwerp Wet op de inkomstenbelasting 1958, bladzijden 18 en 19). Dit laatste zal eveneens gelden bij een eenzijdige handeling van de aandeelhouder, zoals het brengen van aandelen in diens bedrijfsvermogen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 556dc0903bc1608c1cac7016c745424ffe23973fd339d386e53a5dff35f693b5, en de alinea staat in dat document op bytes 44028 tot 45037.