Citaat | Hoge Raad 19 januari 1968

Alinea 45 Hoge Raad 19 januari 1968

Een alinea uit Hoge Raad 19 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB5254.

"[eiser] voert nog wel aan, dat toen zijn makelaar van één en ander kennis kreeg, alles al achter de rug was en protesten weinig zouden hebben geholpen, doch zijn makelaar is bij brieven van 26 en 31 mei 1957 op de hoogte gesteld, terwijl de Favoriet eerst op 7 juni 1957 te Londen is gearriveerd, zodat, naar 's Hofs oordeel, [eiser]'s makelaar, indien hij bezwaar had tegen de afgifte van het cognossement door [A], dit tijdig had kunnen kenbaar maken, en ook aan [verweerder] had behoren kenbaar te maken, nu [eiser]'s makelaar na [verweerder]'s bezoek op 22 mei 1957 wist dat [verweerder] belanghebbende bij de lading was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ef6ccee4656fcde1190034c5f039b3605bc8be51c2c45ce3e4583cf2b91a5d5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ef6ccee4656fcde1190034c5f039b3605bc8be51c2c45ce3e4583cf2b91a5d5, en de alinea staat in dat document op bytes 19557 tot 20199.