Citaat | Hoge Raad 26 november 1968
Alinea 8 Hoge Raad 26 november 1968
Een alinea uit Hoge Raad 26 november 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6079.
Gehoord de Advocaat-Generaal Remmelink namens de Procureur-Generaal in zijn voordracht, houdende als middel van cassatie dat de rechtbank door het stellen van bovenvermelde bijzondere voorwaarde "artikel 14c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht heeft geschonden, omdat het namelijk niet is een toelaatbare bijzondere voorwaarde, welke het gedrag van de veroordeelde betreft in de zin zoals zulks in voormeld artikellid moet worden verstaan", en gelet op zijn vordering, daartoe strekkende dat de Hoge Raad het vonnis waarvan beroep vernietige, voor zover de rechtbank als bijzondere voorwaarde heeft gesteld "dat veroordeelde binnen 12 uur na zijn invrijheidstelling Nederland verlaat en daarin binnen de proeftijd niet terugkeert" zulks zonder dat het arrest aan de rechten door partijen verkregen nadeel toebrenge";
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5c41fe8091ec03d7ba794651f8c6ccffd7752ed83f27ddf6e24088d09b834fcd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5c41fe8091ec03d7ba794651f8c6ccffd7752ed83f27ddf6e24088d09b834fcd, en de alinea staat in dat document op bytes 5697 tot 6528.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5c41fe8091ec03d7ba794651f8c6ccffd7752ed83f27ddf6e24088d09b834fcd | shasum -a 256