Citaat | Hoge Raad 5 april 1968

Alinea 71 Hoge Raad 5 april 1968

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6996.

(2) zijnde 's Hofs arrest voorts niet naar de eis der wet met redenen omkleed, aangezien onduidelijk en onbegrijpelijk is waarom [eiser] binnen korte termijn na het vernemen der kortingen diende te protesteren nu de beperkte tijd die beschikbaar was voor vaststelling van de hoedanigheid der eenden weliswaar voor Calot wellicht met zich bracht, dat zij aldus binnen beperkte tijd de hoedanigheid van de eenden moest vaststellen, doch niet valt in te zien dat deze beperkte tijd ook van betekenis was voor een protest tegen door Calot toegepaste kortingen, althans en in ieder geval, ook al diende [eiser] binnen korte tijd te protesteren, onduidelijk en onbegrijpelijk is hoe een niet aldus protesteren met zich zou kunnen brengen, dat [eiser] ook niet meer volledige betaling kan vorderen’’;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dee2117cb460c11f0f5bb4a13d452c0c17c5f4ddfa91ce585be75464ffa89c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dee2117cb460c11f0f5bb4a13d452c0c17c5f4ddfa91ce585be75464ffa89c83, en de alinea staat in dat document op bytes 29677 tot 30488.