Citaat | Hoge Raad 5 april 1968

Alinea 73 Hoge Raad 5 april 1968

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 1968, ECLI:NL:HR:1968:AB6996.

dat het Hof in de rechtsoverwegingen 17 en 18 van zijn arrest van 18 november 1964 naar aanleiding van het verweer van Calot dat [eiser] , door niet tegen de afrekeningen van Calot te protesteren, zijn rechten op de onderhavige vordering had verwerkt, heeft vastgesteld, dat de uitvoering van de tussen partijen gesloten overeenkomst geschiedde door middel van talrijke op zich zelf staande en met korte tussenpozen plaats vindende leveranties van eenden, en dat deze eenden bestemd waren om door Calot te worden verwerkt, waardoor voor de vaststelling van de hoedanigheid der geleverde eenden slechts een beperkte tijd beschikbaar was;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dee2117cb460c11f0f5bb4a13d452c0c17c5f4ddfa91ce585be75464ffa89c83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dee2117cb460c11f0f5bb4a13d452c0c17c5f4ddfa91ce585be75464ffa89c83, en de alinea staat in dat document op bytes 30577 tot 31227.