Citaat | Hoge Raad 12 januari 1968
Alinea 48 Hoge Raad 12 januari 1968
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286.
dat derhalve reeds de omstandigheid, dat [eiser 2] en [eiser 3] mogelijk eigenaar casu quo mede-eigenaar zijn van de zich nog onder berusting van [verweerster 1] bevindende stukken, met zich brengt dat gedaagden niet het recht toekomt om afgifte daarvan aan [eiser 2] en [eiser 3] en de overige cliënten van [verweerster 1] die mogelijk eigenaar casu quo mede-eigenaar van die stukken zijn, te weigeren, indien [eiser 2] en [eiser 3] die afgifte gezamenlijk met die overige cliënten zouden vorderen;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660, en de alinea staat in dat document op bytes 31995 tot 32510.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660 | shasum -a 256