Citaat | Hoge Raad 12 januari 1968

Alinea 64 Hoge Raad 12 januari 1968

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286.

Tot 1 januari 1966 plachten alle effecten, welke [verweerster 1] ingevolge overeenkomsten met of voor cliënten onder zich had of kreeg, evenals alle effecten, die zij ingevolge transacties voor eigen rekening bezat of verwierf, opgeborgen en bewaard te worden in haar kluis, zonder dat — behoudens in hier niet ter zake doende uitzonderingsgevallen — in de administratie van [verweerster 1] enige aantekening was gesteld of op de stukken enige aanwijzing was gevoegd of aangebracht, waaruit kon worden afgeleid dat zij bepaalde effecten voor bepaalde cliënten onder zich had.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660, en de alinea staat in dat document op bytes 37943 tot 38538.