Citaat | Hoge Raad 12 januari 1968

Alinea 69 Hoge Raad 12 januari 1968

Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286.

dat, nu voorts vaststaat dat [verweerster 1] er ten tijde dat aan haar surséance van betaling werd verleend met betrekking tot effecten als de onderhavige nog niet toe was overgegaan om bepaalde nummers in haar administratie te stellen op naam van bepaalde cliënten, zich niet het geval voordoet dat [verweerster 1] van de vier aanwezige certificaten Nillmij één bepaald certificaat voor [eiser 1] en de overige drie voor [eiser 2] is gaan houden;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660, en de alinea staat in dat document op bytes 41433 tot 41898.