Citaat | Hoge Raad 12 januari 1968
Alinea 89 Hoge Raad 12 januari 1968
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286.
(3) omdat het Hof overwegende als vermeld in zijn arrest en in het bijzonder in rechtsoverweging 8, en mede op grond daarvan recht doende, heeft miskend, dat [verweerster 1] op grond van de overeenkomst van open bewaargeving verplicht was certificaten als bovenbedoeld aan [eiser 1] — één — en [eiser 2] — drie — terug te geven en dat [verweerster 1] , zo zij de in open bewaargeving genomen certificaten of een of meer daarvan mocht hebben vervreemd, gehouden was daarvoor andere stukken in de plaats te stellen en/of deze voor [eiser 1] en [eiser 2] gezamenlijk te gaan houden en dat [verweerster 1] sinds 1 januari 1966 verplicht was ervoor te zorgen dat te allen tijde de nummers van de effecten, welke zij voor cliënten onder zich had, voor iedere cliënt afzonderlijk vaststonden en dat [verweerster 1] gehouden was ervoor te zorgen dat haar effectenvoorraad in overeenstemming was met de aanspraken van haar cliënten, zodat, nu [verweerster 1] in feite op 31 mei 1966 in haar effectenvoorraad vier certificaten Nillmij ter nominale waarde van ƒ 1.000,-- per stuk had, deze eigendom waren van [eiser 1] en [eiser 2] gezamenlijk, aangezien [verweerster 1] deze van [eiser 1] en [eiser 2] in open bewaring had ontvangen en/of voor hen in eigendom had behoren te verkrijgen en/of voor hen had behoren te gaan houden, hetgeen althans het geval is, waar er buiten [eiser 1] en [eiser 2] geen andere cliënt van [verweerster 1] aanspraak kan maken op uitlevering van certificaten Nillmij, en waar niet door [verweerster 1] gesteld of gebleken is, dat [verweerster 1] juist certificaten Nillmij voor eigen rekening heeft verkregen, en het tegendeel zelfs tussen partijen vaststaat, en waar niet door [verweerster 1] gesteld of gebleken is, dat [verweerster 1] juist ten aanzien van de zich thans in de boedel bevindende vier certificaten Nillmij als heer en meester beschikt heeft, waaraan niet afdoet en kan afdoen hetgeen het Hof overigens in zijn arrest en in het bijzonder in rechtsoverweging 8 alinea's 2, 3 en 4 overweegt en ook dat tussen [eiser 1] en [eiser 2] onderling geen rechtsband bestaat en dat de effectenvoorraad een telkens wisselende was en daarin ook door [verweerster 1] voor eigen rekening gekochte effecten werden opgenomen, bestaande tussen [eiser 1] en [eiser 2] wel degelijk een rechtsband, omdat zij zich beiden en tezamen in dezelfde bovenweergegeven rechtstoestand jegens [verweerster 1] bevinden, terwijl 's Hofs beslissing, dat aangenomen moet worden dat de bedoelde effecten rechtens eigendom van [verweerster 1] zijn geworden, onjuist is op de hierboven vermelde gronden, die ertoe leiden dat [eiser 1] en [eiser 2] gezamenlijk daarvan eigenaar zijn, alsmede omdat door [verweerster 1] niet gesteld of gebleken is, dat [verweerster 1] de wil gehad heeft de zich thans in de boedel bevindende certificaten Nillmij voor zich te verkrijgen, dat [verweerster 1] juist certificaten Nillmij voor eigen rekening heeft verkregen en dat [verweerster 1] juist ten aanzien van de zich thans in de boedel bevindende vier certificaten Nillmij als heer en meester beschikt heeft, zijnde deze effecten voorts in zoverre als eigendom van anderen dan [verweerster 1] te identificeren, dat [eiser 1] en [eiser 2] daarvan eigenaren zijn, althans recht of aanspraak op uitlevering daarvan jegens [verweerster 1] hebben, dat geen andere cliënt van [verweerster 1] aanspraak op uitlevering van certificaten Nillmij kan maken en dat [verweerster 1] gehouden was en/of op grond van open bewaargeving aan [eiser 1] en [eiser 2] vier certificaten Nillmij terug te geven, dat niet gesteld of gebleken is, dat [verweerster 1] juist certificaten Nillmij voor eigen rekening heeft verkregen, en het tegendeel zelfs tussen partijen vaststaat, terwijl althans op grond van het vorenstaande de door het Hof aangevoerde gronden voor de verwerping van de subsidiaire stelling van [eiser 1] en [eiser 2] in hun algemeenheid en zonder nadere redengeving onjuist zijn,
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660, en de alinea staat in dat document op bytes 54972 tot 58962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660 | shasum -a 256