Citaat | Hoge Raad 12 januari 1968
Alinea 92 Hoge Raad 12 januari 1968
Een alinea uit Hoge Raad 12 januari 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC2286.
(1) omdat, nu vaststaat dat [eiser 2] en [eiser 3] aan [verweerster 1] certificaten AMEV in open bewaring hebben gegeven en/of dat [verweerster 1] in opdracht van [eiser 2] en [eiser 3] certificaten AMEV heeft verkregen, door aankoop van claims en inschrijving met gebruikmaking van deze claims, en nu vaststaat althans door eisers gesteld is, dat ten aanzien van de nog aanwezige ƒ 650,-- nominaal certificaten AMEV niet is gebleken dat een of meer cliënten van [verweerster 1] afzonderlijk daartoe gerechtigd zijn en nu [eiser 2] en [eiser 3] niet meer vorderen dan een verklaring voor recht dat zij gerechtigd zijn om tezamen met de andere rechthebbende op de nog aanwezige ƒ 650,-- nominaal certificaten AMEV afgifte van die stukken te vragen, en nu [verweerster 1] de nog aanwezige ƒ 650,-- nominaal certificaten AMEV krachtens open bewaargeving en/of aankoop van claims en inschrijving voor [eiser 2] en [eiser 3] en de andere rechthebbende althans rechthebbende moest gaan houden, en nu [verweerster 1] na 1 januari 1966 verplicht was en is er voor te zorgen, dat te allen tijde de nummers van effecten, welke van de cliënten onder de bank zelf berusten, voor iedere cliënt afzonderlijk vaststaan, en nu [verweerster 1] in verband met haar verplichtingen jegens cliënten, die effecten van haar te vorderen hadden, te allen tijde gehouden was er voor te zorgen, dat haar effectenvoorraad in overeenstemming was met de aanspraken van haar cliënten, en nu niet door [verweerster 1] gesteld of gebleken is, dat [verweerster 1] juist certificaten AMEV voor eigen rekening heeft verkregen, en het tegendeel zelfs tussen partijen vaststaat, en nu niet door [verweerster 1] gesteld of gebleken is, dat juist ten aanzien van de zich thans in de boedel bevindende certificaten AMEV als heer en meester beschikt heeft, naar recht en redelijkheid, mede gelet op de verplichtingen van een bewaarnemer als bedoeld in de artikelen 1751, 1752, 1753, 1754, 1756, 1757 en 1758 van het Burgerlijk Wetboek, anders dan het Hof aanneemt, op [verweerster 1] de stelplicht en/of de bewijslast rust, dat de bedoelde nog aanwezige ƒ 650,-- nominaal certificaten AMEV haar eigendom zijn en/of dat zij niet eigendom zijn van [eiser 2] , [eiser 3] en de andere gerechtigde althans gerechtigden gezamenlijk behoudens door [verweerster 1] te leveren tegenbewijs, waaraan niet afdoet en kan afdoen hetgeen in het eerste middel eerste onderdeel als zodanig is vermeld, hetgeen mutatis mutandis ook hier geldt;
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660, en de alinea staat in dat document op bytes 62106 tot 64612.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c2ae24b734d76559004ce7f6afe8a3e2d169fff7d088bebe50674a80c064a660 | shasum -a 256