Citaat | Hoge Raad 13 december 1968

Alinea 85 Hoge Raad 13 december 1968

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC3302.

's Hofs oordeel, dat [betrokkene 1] tegenover A.E.H. het risico droeg van het gebruikte en door hem uitgekozen materiaal en hij mitsdien geen beroep op afwezigheid van alle schuld (casu quo overmacht) kon doen, berust blijkens het bestreden arrest op hetgeen het Hof omtrent de tussen [betrokkene 1] en A.E.H. gesloten overeenkomst heeft overwogen, met name dat deze overeenkomst, welke inhield dat [betrokkene 1] de vloer van de litigieuze fabriekshal diende schoon te maken, medebracht dat hij door of bij dat schoonmaken geen schade als de onderhavige zou toebrengen aan goederen van A.E.H.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/398904f88f460ba1d3ad51e6818fa2e1ce412cb3f19b8d34749e50ee35b33729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 398904f88f460ba1d3ad51e6818fa2e1ce412cb3f19b8d34749e50ee35b33729, en de alinea staat in dat document op bytes 24715 tot 25322.