Citaat | Hoge Raad 13 december 1968

Alinea 92 Hoge Raad 13 december 1968

Een alinea uit Hoge Raad 13 december 1968, ECLI:NL:HR:1968:AC3302.

dat toch, indien de aard van de overeenkomst, de verkeersopvattingen of de redelijkheid van een bepaald geval geen aanwijzing opleveren voor het tegendeel, als regel valt aan te nemen dat de schuldenaar van een resultaatsverbintenis er voor heeft in te staan dat het materiaal waarvan hij zich voor de uitvoering van zijn verbintenis bedient, in het algemeen de eigenschappen bezit die dit voor dit doel geschikt doen zijn;

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/398904f88f460ba1d3ad51e6818fa2e1ce412cb3f19b8d34749e50ee35b33729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 398904f88f460ba1d3ad51e6818fa2e1ce412cb3f19b8d34749e50ee35b33729, en de alinea staat in dat document op bytes 28367 tot 28804.