Citaat | Hoge Raad 19 juni 1968

Alinea 40 Hoge Raad 19 juni 1968

Een alinea uit Hoge Raad 19 juni 1968, ECLI:NL:HR:1968:AX5955.

Gelet op het hierboven betoogde moeten mitsdien ook is in casu de in de jaren 1965 tot en met 1967 op de desbetreffende aandelen betaalbaar gestelde dividenden bij belanghebbende worden belast indien mocht blijken dat de door belanghebbende geschapen rechtstoestand niet of praktisch niet verschilt van die welke zou zijn ontstaan bij da schenking door belanghebbende op 4 februari 1965 van de op de jaren 1965 tot en met 1967 betrekking hebbende dividendbewijzen. Door schenking van dividendbewijzen verkrijgt de begiftigde een (persoonlijk) recht van vruchtgenot betreffende de op die dividendbewijzen uit te keren dividenden (Hoge Raad 27 januari 1954, rolnummer 11584, B.N.B. 1954/ 101). Door schenking van een tijdelijk vruchtgebruik verkrijgt de begiftigde voor de bepaalde periode een zakelijk recht van vruchtgebruik. De materiële gelijkenis tussen deze juridisch verschillende rechten is uitermate groot; het is zelfs zo dat de geringe praktische verschillen door bijkomende bedingen in de schenkingsakte of in de akte van vestiging van het vruchtgebruik geheel kunnen worden weggenomen. Waar het bij beide rechten op aankomt is het recht om de vruchten van de desbetreffende aandelen te trekken. Hierin verschillen deze rechten onderling niet. Enig praktisch verschil ontstaat pas ingeval van uitreiking van bonusaandelen, aanwijzing van claimbewijzen en dergelijke. Enerzijds zouden partijen echter zeer wel in de akte van vestiging van het vruchtgebruik kunnen neerleggen dat een bonusaandeel toekomt aan de vruchtgebruiker - zoals in casu ook is geschied - anderzijds zouden zij bij schenking van dividendbewijzen kunnen bedingen dat een claimrecht blijft toekomen aan de schenker, voor zover de goede trouw bij de uitvoering van de schenkingsovereenkomst dit al niet reeds zou meebrengen. Ook zal men dividendbewijzen kunnen schenken met het beding dat de gift tot de schenker zal terugkeren indien de begiftigde vóór de schenker mocht overlijden. Het kan partijen - behalve in fiscaal opzicht - dus onverschillig zijn welke vorm zij voor de beoogde bevoordeling gebruiken omdat toch hetzelfde resultaat kan worden verkregen. In dit verband wordt nog opgemerkt dat de aan het aandeel verbonden zogenaamde lidmaatschapsrechten (zoals het vergaderings- het stem- en het enquêterecht) bij beide vormen van bevoordeling blijven toekomen aan de schenker. Deze rechten immers zijn onverbrekelijk met de kwaliteit van aandeelhouder verbonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cef4fe121504f2b9e9d3ac1637a6545d68ffedc3b28bda5a6c93408df7f3ed18, en de alinea staat in dat document op bytes 25048 tot 27514.